Login
| Goed zeemanschap: actuele weersomstandigheden kennen en herkennen |
|
Als je weet wat er voor weersomstandigheden te wachten staan dan kan je daar in de training (of wedstrijd) handig op inspelen. De keuze om wel of niet buiten de haven op zee te gaan roeien hangt niet alleen van de sterkte en instelling van de roeiers in de boot af, maar ook van de actuele omstandigheden. Ook voor een goed getraind en sterk team zijn er grenzen die maken dat je besluit in de haven te blijven. Voor ieder team ligt deze grens ergens anders: bij een introshift zal eerder gekozen worden om niet de golven in te gaan dan bij een training voor heren 1. Uitgangspunt is daarbij natuurlijk dat iedereen zich op zijn gemak moet kunnen voelen in de boot. De omstandigheden die voor het roeien het meest relevant zijn om te weten zijn: windkracht en windrichting, golf hoogte, golfperiode en golfrichting, sterkte en richting van de getijstroming, en natuurlijk de algemene weersverwachting (onweer, mist, regen, vorst).
|
|
kracht |
benaming KNMI |
benaming zeevaart |
snelheid in km/h* |
snelheid in m/s* |
snelheid in knopen (=mijl/uur) |
uitwerking boven land en bij mens |
uitwerking boven zee |
| 0 | Stil | Windstil | 0-1 | 0-0,2 | 0-1 | rook stijgt recht of bijna recht omhoog | spiegelglad |
| 1 | Zwak | flauw en stil | 1-5 | 0,3-1,5 | 1-3 | windrichting goed af te leiden uit rookpluimen | kleine golfjes, geschubd oppervlak |
| 2 | Zwak | Flauwe koelte | 6-11 | 1,6-3,3 | 4-6 | wind voelbaar in gezicht, weerhanen tonen nu juiste richting, blad ritselt | kleine, korte golven |
| 3 | Matig | lichte koelte | 12-19 | 3,4-5,4 | 7-10 | opwaaiend stof, vlaggen wapperen, spinnen lopen niet meer | kleine golven, breken, schuimkopjes |
| 4 | matig | matige koelte | 20-28 | 5,5-7,9 | 11-15 | papier waait op, haar raakt verward, geen last van muggen meer | golven iets langer, veel schuimkoppen |
| 5 | vrij krachtig | frisse bries | 29-38 | 8,0-10,7 | 16-21 | bladeren van bomen ruisen, gekuifde golven op meren en kanalen, vuilnisbakken waaien om | matige golven, aanschietende zee (overal schuimkoppen, af en toe opwaaiend schuim) |
| 6 | krachtig | stijve bries | 39-49 | 10,8-13,8 | 22-27 | problemen met paraplu's en hoeden waaien af | grotere golven, schuimplekken, vrij veel opwaaiend schuim |
| 7 | hard | harde wind | 50-61 | 13,9-17,1 | 28-33 | het is lastig tegen de wind in te lopen of te fietsen | golven worden hoger, beginnende schuimstrepen |
| 8 | stormachtig | 62-74 | 17,2-20,7 | 34-40 | twijgen breken van bomen, voortbewegen zeer moeilijk | matig hoge golven, schuimstrepen |